Boris Cherny, de development manager van Claude Code bij Anthropic, vertelde in een podcast dat hij al sinds november 2025 geen letter code meer zelf heeft geschreven. Hij is niet lui geworden, het hoeft gewoon niet meer: hij doet alles via Claude Code. Iemand die zijn carrière heeft gebouwd op het schrijven van code en die de tool mede heeft ontwikkeld, schrijft geen code meer. Dat zegt volgens mij veel over de tijd waarin we leven.
Ik ben geen ontwikkelaar. Ik ben programmamanager en ik heb dat nooit anders willen zijn. Toch heb ik de afgelopen maanden twee werkende webapplicaties gebouwd: finediningfinder.nl en de site die u nu leest, miliarium.nl. Ik deed dat zonder team van developers, zonder extern bureau en zonder kant-en-klare website-builders, met AI en dan met name Claude Code, op een manier die de techwereld inmiddels ‘vibe coding’ noemt.
Hieronder beschrijf ik hoe dat kon, en waarom ik verwacht dat het de markt voor softwareontwikkeling ingrijpend gaat veranderen.
Wat is vibe coding eigenlijk?
De term ‘vibe coding’ werd begin 2025 gemunt door AI-onderzoeker Andrej Karpathy. Hij beschreef ermee een manier van softwareontwikkeling waarbij je je volledig overgeeft aan de AI: je beschrijft in gewone taal wat je wilt, de AI genereert de code en jij stuurt bij op basis van wat je ziet en voelt, de vibe, zonder zelf in de onderliggende code te duiken.
Dat klinkt luchtig en misschien zelfs wat onverantwoord, maar achter die laagdrempelige omschrijving zit een serieuze verschuiving in werkwijze. Traditionele softwareontwikkeling vraagt om een nauwkeurige vertaling van een zakelijke behoefte naar technische specificaties, daarna om implementatie in een programmeertaal, en dan om testen, debuggen en documenteren. Bij vibe coding wordt die keten sterk ingekort: de afstand tussen idee en werkend product wordt gemeten in uren in plaats van weken.
De AI werkt daarbij minder als een zoekmachine die je de juiste Stack Overflow-antwoorden geeft en meer als een gesprekspartner die jouw bedoeling begrijpt, aannames uitspreekt en alternatieven aandraagt. Het gesprek is het ontwikkelproces.
Twintig jaar leren wat gebruikers echt nodig hebben
Om te begrijpen waarom vibe coding voor mij werkt, moet ik even een stap terug doen.
In meer dan twintig jaar als programma- en projectmanager in de financiële sector, bij opdrachten rond betalingssystemen, core banking implementaties en SEPA/SWIFT-infrastructuur, heb ik één ding geleerd dat de rest overstijgt: de kloof tussen wat een opdrachtgever zegt en wat een gebruiker nodig heeft, is bijna altijd groter dan iedereen denkt.
Mijn werk was die kloof te overbruggen. Ik voerde gesprekken met directeuren over strategie, met procesanalisten over werkstromen en met eindgebruikers over de dagelijkse frustraties die nooit in een bestek terechtkomen. Het resultaat waren user stories, gestructureerde beschrijvingen van wat een gebruiker wil bereiken, in welke context en met welk doel. Die stories gingen naar softwareleveranciers als Temenos of ACI Worldwide, die er features van maakten.
Over de jaren ben ik ongemerkt van pure planning en coördinatie opgeschoven naar iets wat meer op product management lijkt. Ik vertegenwoordig de opdrachtgever richting de leverancier, niet alleen op planning en budget maar ook inhoudelijk. Ik toets of wat er gebouwd wordt aansluit bij de zakelijke werkelijkheid. Ik ben degene die zegt: “Dit is technisch correct, maar de gebruiker gaat hier op vastlopen.”
Het scherp kunnen formuleren van wat software moet doen, voor wie en waarom, bleek de sleutel die vibe coding ontsluit.
Van user stories naar AI-prompts: kleiner dan je denkt
Toen ik voor het eerst met Claude Code werkte, viel me iets op. Mijn prompts voor de AI leken verdacht veel op de user stories die ik voor een leverancier schrijf.
Een user story heeft een vaste structuur: Als [type gebruiker] wil ik [actie of functionaliteit] zodat [zakelijk doel]. Het draait om dat zodat, het uitspreken van het doel achter de vraag. Een ontwikkelaar zonder die context bouwt letterlijk wat er staat. Een ontwikkelaar mét die context maakt betere keuzes.
Bij AI-prompts is dat hetzelfde. “Maak een zoekfunctie” levert iets anders op dan “Maak een zoekfunctie waarmee een gebruiker op cuisine, stad en prijsklasse kan filteren, omdat het doel is dat iemand binnen dertig seconden een relevant restaurant vindt voor een specifieke gelegenheid.” Met de tweede prompt denkt de AI mee over interface-keuzes, foutafhandeling en gebruikerservaring.
Dat meedenken, het formuleren van functionele eisen die de bedoeling van de gebruiker weerspiegelen, leer je niet in een weekend. Het komt uit jaren werkervaring in de ruimte tussen business en technologie. Daarom is vibe coding volgens mij zo effectief in handen van iemand met die achtergrond.
finediningfinder.nl: een idee dat werkelijkheid werd
Een concreet voorbeeld. finediningfinder.nl is een applicatie die mensen helpt fine dining restaurants in Nederland te vinden, gefilterd op locatie, keuken, Michelin-sterren en andere kenmerken. Het idee had ik al langer: als liefhebber van goede restaurants ervoer ik zelf een gat in de markt, want bestaande platforms zijn ofwel te generiek ofwel te commercieel gestuurd.
Vroeger was dit idee gestrand op “interessant, maar ik heb er geen ontwikkelaar voor.” Een MVP laten bouwen door een bureau kost al snel tienduizenden euro’s en duurt maanden, met het risico dat wat er wordt opgeleverd niet aansluit bij wat je voor ogen had.
Met Claude Code ging het anders. Ik begon met het beschrijven van de kern van de applicatie: wat moet een gebruiker kunnen doen, welke data heb ik nodig, hoe moet de interface aanvoelen. Ik deed dat in zakelijke termen en niet in technische. Van daaruit bouwden we, de AI en ik, stap voor stap aan de applicatie. Elke iteratie toetste ik aan de oorspronkelijke gebruikersbehoefte, en waar het afweek stuurde ik bij door te beschrijven wat er miste en waarom, zonder code te schrijven.
Het resultaat is een werkende applicatie die er professioneel uitziet en doet wat ik wil dat hij doet. De doorlooptijd was een fractie van wat een traditioneel traject zou hebben gevergd.
miliarium.nl: de website als lab
Ook miliarium.nl, deze website, is via vibe coding tot stand gekomen. Dat was een bewuste keuze. Ik wilde niet alleen een blog hebben, ik wilde begrijpen hoe het is om een volledige webomgeving te bouwen en te beheren met AI-assistentie.
Daarbij merkte ik dat vibe coding geen eenmalig ontwikkelmoment is maar een doorlopend proces. De website groeit mee met mijn inzichten. Wil ik een nieuwe sectie toevoegen, dan beschrijf ik wat ik wil. Wil ik de navigatie anders inrichten, dan leg ik uit waarom, vanuit de gebruikerservaring. De AI past aan, ik beoordeel en ik stuur bij.
Ik realiseer me steeds meer dat dit het iteratieve ontwikkelproces is dat in de professionele softwarewereld al decennia als best practice geldt: agile, scrum, voortdurende feedback en stapsgewijze verbetering. Het verschil is dat ik de cyclus nu zelf doorloop en niet afhankelijk ben van een extern team met een eigen agenda.
De professionele relevantie: wat dit betekent voor mijn werk
Vibe coding is voor mij geen hobby-experiment, het heeft directe professionele relevantie.
Als programmamanager werk ik gewoonlijk in complexe omgevingen met meerdere leveranciers, internationale stakeholders en strakke regulatoire kaders. Daar is het waardevol om snel prototypes te kunnen bouwen, proof-of-concepts die laten zien hoe een oplossing zou kunnen werken. Ze overbruggen de communicatiekloof tussen business en IT beter dan een PowerPoint-presentatie.
Er is nog iets. Vibe coding heeft mijn begrip van softwareontwikkeling verdiept op een manier die jaren projectmanagement niet hadden gedaan. Ik begrijp nu beter waar ontwikkelaars tegenaan lopen, welke keuzes er bij de bouw van een applicatie worden gemaakt en waarom bepaalde user stories moeilijker te implementeren zijn dan ze lijken. Dat maakt me een betere gesprekspartner voor de leveranciers en development teams waarmee ik samenwerk.
De bredere betekenis: democratisering van softwareontwikkeling
Dan de grote vraag: wat betekent dit voor de markt?
Mijn stelling is dat vibe coding de toegang tot softwareontwikkeling ingrijpend democratiseert. Dat betekent niet dat iedereen morgen complexe enterprise-systemen kan bouwen, want die nuance is belangrijk. Het betekent wel dat het vermogen om een goed idee te vertalen naar een werkend digitaal product niet langer voorbehouden is aan mensen met een technische opleiding.
Wat je nog steeds nodig hebt, is het vermogen om scherp te formuleren wat je wilt, voor wie en waarom. Dat is domeinkennis en ervaring, en het begrijpen van gebruikersbehoeften en zakelijke context: de vaardigheden die in een traditionele projectomgeving tot goede user stories leiden.
De ontwikkelaar als ambachtsman die code schrijft, wordt in dit nieuwe landschap deels vervangen door de product thinker die begrijpt wat er gebouwd moet worden. De AI verzorgt de implementatie. Voor mensen met technische kennis hoeft dat niet bedreigend te zijn, want goede engineers blijven onmisbaar voor complexe, grootschalige systemen. Het verschuift wel wie er aan het stuur zit bij de ontwikkeling van nieuwe producten.
Dat het ook voor professionals in de techniek zelf al gebruikelijk wordt, laat de anekdote zien waarmee ik begon: Boris Cherny, de man die Claude Code mede bouwde, schrijft geen code meer, omdat de AI het beter en sneller doet. Als dat in Silicon Valley de norm wordt, verwacht ik dat het een kwestie van tijd is voordat het dat in elke sector wordt.
Een eerlijke kanttekening
Vibe coding is geen wondermiddel zonder haken en ogen. Er zijn grenzen.
De kwaliteit van wat je bouwt staat of valt met de kwaliteit van je instructies. Een vaag idee levert vage software op. Zonder gevoel voor gebruikerservaring bouw je iets dat functioneert maar niet werkt. En voor grootschalige, kritieke systemen, zoals de betalingsinfrastructuur waarbij ik professioneel betrokken ben, is vibe coding nog geen volwassen alternatief voor gestructureerde software-engineering met alle bijbehorende kwaliteitsborging.
Voor het verkennen van ideeën, het bouwen van prototypes en het maken van producten in een vroege fase is het volgens mij wel een grote verandering. En het ontwikkelt zich snel.
Conclusie: het is nog maar het begin
Ik bouw software. Vijf jaar geleden had ik dat niet voor mogelijk gehouden. Het is voor mij ook geen curiositeit of technisch experiment, maar een serieuze activiteit die leidt tot producten die mensen gebruiken.
Dat is mogelijk geworden door twee dingen samen: de AI-capaciteiten van platforms zoals Claude Code en de vaardigheden die ik in twintig jaar programmamanagement heb opgebouwd. Het eerste verandert snel en wordt toegankelijker. Het tweede is niet eenvoudig te kopiëren.
Vibe coding maakt software bouwen toegankelijker, maar de kwaliteit van wat je bouwt blijft bepaald worden door hoe goed je begrijpt wat je gebruiker nodig heeft. De technologie verandert, de kern van goed productdenken niet. Daarom verwacht ik dat dit nog maar het begin is.
Jan-Willem schrijft op miliarium.nl over technologie, management en de raakvlakken daartussen. Hij is Senior Programmamanager en Managing Partner van Ductus B.V., een boutique IT-consultancy gespecialiseerd in betalingssystemen en financiële technologie.
